![]() |
![]() |
HOMEPAGINA VERHALENWEBSITE VAN DORDRECHT | ![]() |
||||||
![]() |
KAART VERHALENWEBSITE VAN DORDRECHT | ||||||||
![]() |
|||||||||
|
Standbeeld op de St. Jorisbrug |
|||||||||
![]() |
Zoals elke middag stapte ik uit bij de bushalte op de St. Jorisbrug. Niets om over naar huis te schrijven dus, zoals ze dat zeggen. Maar ik had mijn benen nog niet buitenboord, of ik voelde ze langzaam onder me vandaan glijden. De veroorzaker was een lege plastic zak , die erbij lag alsof hij speciaal was voorbestemd om argeloze voorbijgangers te vloeren. Terwijl ik de bus ronkend achter mij weg hoorde rijden, probeerde ik mijn wankele evenwicht te bewaren, wat niet lukte. Met een smak kwam ik met mijn gat op de keien terecht, waarbij de inhoud van mijn boodschappentas zich rondom mij schaarde. Daar lag ik dan languit, alsof ik door mijn zelfgekochte tomaten neer gekogeld was. Omdat ik deze klucht niet met opzet had opgevoerd, ervoer ik het incident als een zeer onterechte straf. Het eerste dat ik deed, was met argusogen om mij heen spieden. Bij een dergelijke genante vertoning hoop ik altijd maar dat er geen publiek aanwezig is. Maar zoals meestal in dit soort gevallen had ik geen geluk. Een niet onaantrekkelijke jonge man (ook dat nog!) staarde mij van een afstandje sprakeloos aan. Omdat ik vermoedde dat hij mijn ongepland tafereel al enige ogenblikken zo irritant bewegingloos had staan aanschouwen, riep ik hem toe: “Hé meneer, kunt u het goed zien? Wat denkt u, zou u mij niet eens overeind helpen?” Ik meende die geste verdiend te hebben, omdat ik niet een van de jongsten ben. De jongeman leek nu echter nog meer in een standbeeld te veranderen, zelfs de grijns op zijn gezicht (ik zag het toch wel goed?) verstarde. Omdat er verder niemand was die een handje toe kon te steken, krabbelde ik op eigen kracht overeind, wat niet meeviel. Mijn gat voelde pijnlijk aan, maar ik had verder geen butsen of schrammen opgelopen, noch iets gebroken. Nu moest ik mijn kostbaar voedsel voor het avondmaal nog zien te redden. Mopperend plukte ik de tomaten van het trottoir. Bij deze intensieve bezigheid had ik even het gevoel dat er iemand vlak achter mij stond. Ik draaide me om in gebukte houding, een beweging die ik tegenwoordig niet alle dagen uitvoer, en daarom wat onhandig verliep. Jawel, ik botste nogal stevig tegen het inmiddels in beweging gekomen standbeeld, met als gevolg dat de inhoud van mijn tas wederom op de keien kieperde. Ik had er genoeg van. Ik richtte mij in mijn volle lengte en breedte op, en dat is niet gering met mijn een meter achtenvijftig, dat kan ik u verzekeren. Ik mepte met mijn inhoudsloze Albert Heyntas tegen de schouder van mijn belager. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, maar ik ben ook maar een mens en heb zo mijn emoties. Op dat moment verscheen er een tweetal gezagsdragers in uniform. Jawel,
juist als je ze niet meer nodig hebt, zie je ze. Of er een vechtpartij
was, vroegen ze verbaasd rondkijkend. Nou, die was er, dat kon je wel
zien, reageerde mijn tegenstander prompt. “Dat oude mens daar heeft me
een kopstoot gegeven en met haar tas geslagen”, zei hij, en het klonk zowaar verontwaardigd.
“En die tomaten,
waarom liggen die op straat?”, wilden de dienders weten. plastic zak |